U vindt hier veelgestelde, algemene vragen over het burgerservicenummer.
Wat is het burgerservicenummer?
Het burgerservicenummer (BSN) is het unieke persoonsnummer van iedere burger die ingeschreven staat in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA). Het BSN is de opvolger van het sofi-nummer. Het BSN zal gebruikt gaan worden door alle overheidsorganisaties.
Op de invoeringsdatum wordt het sofi-nummer van iedereen die ingeschreven staat in de GBA automatisch omgezet in het burgerservicenummer (BSN). Hiervoor hoeft u geen actie te ondernemen. Voor alle andere personen geldt dat ze een BSN krijgen bij inschrijving in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA). Dat is bijvoorbeeld het geval bij de aangifte van een pasgeboren kind. Personen die wel een sofi-nummer hebben, maar niet zijn ingeschreven in de GBA houden hun sofi-nummer.
Het burgerservicenummer (BSN) wordt gebruikt bij de verwerking van persoonsgegevens door de overheid. U hoeft geen ander nummer dan uw BSN door te geven aan de overheid. Alleen als het gebruik van een ander nummer door die overheidsorganisatie bij wet is vastgelegd, hoeft het BSN niet te worden gebruikt. Dit is een uitzondering.
De overheid gebruikt het BSN onder meer voor het eenvoudig terugvinden van personen in administraties en voor een betrouwbare uitwisseling van gegevens tussen overheden onderling.
Het burgerservicenummer is op 26 november 2007 ingevoerd. De Wet burgerservicenummer in de zorg is op 1 juni 2008 in werking getreden.
Naar bovenDe Wet algemene bepalingen burgerservicenummer (BSN) regelt dat alle overheidsorganen van het BSN gebruik kunnen maken voor het uitvoeren van hun taak. Daarnaast kunnen bij of krachtens de wet gevallen worden geregeld waarin ook anderen dan overheidsorganen van het BSN gebruik dienen te maken. Dat betekent dat bijvoorbeeld werkgevers het BSN moeten gebruiken voor het doorgeven van loongegevens aan de Belastingdienst. Ook huisartsen en andere zorgverleners gebruiken het BSN.
De algemene regel blijft: Als een organisatie geen persoonsgebonden gegevens, waaronder een persoonsnummer, van u hoeft vast te leggen voor de uit te voeren handeling of dienst dan mag die organisatie ook het BSN niet vastleggen of gebruiken.
Het burgerservicenummer (BSN) maakt het verwerken van persoonsgegevens door de overheid eenvoudiger en betrouwbaarder. Het was nodig om het sociaal-fiscaalnummer te vervangen door het BSN omdat de wetgeving m.b.t. het sofi-nummer niet meer berekend was op zijn taak. De juridische, technisch en organisatorische voorwaarden voor het maken, toekennen en gebruiken van het nummer zijn nu geheel vernieuwd.
Nee, vanaf het moment dat het burgerservicenummer (BSN) is ingevoerd, is het BSN het enige gebruikte persoonsnummer in het contact met de burger. Een overheidsorganisatie mag vanaf genoemde datum van de burger geen ander nummer vragen dan het BSN. Alleen als het gebruik van een ander nummer bij wet is vastgelegd, hoeft het BSN niet te worden gebruikt.
De Wet algemene bepalingen burgerservicenummer (BSN) regelt dat alle overheidsorganen van het BSN gebruik kunnen maken voor het uitvoeren van hun publiekrechtelijke taak. In twee gevallen moet een overheidsorganisatie het BSN gebruiken:
1. Bij het uitwisselen van persoonsgebonden gegevens met andere overheidsorganisatie waarbij een persoonsnummer wordt uitgewisseld, moet het BSN worden gebruikt,
2. Bij de communicatie met een persoon aan wie een BSN is toegekend, mag door de overheidsorganisatie geen ander persoonsnummer gevraagd worden dan het BSN.
Het burgerservicenummer (BSN) wordt door veel overheidsorganen gebruikt om persoonsgegevens te verwerken. Als u wilt weten welke informatie ze over u hebben, dan kunt u daarvoor terecht bij de (overheids)organisatie waarin u geïnteresseerd bent.
Deze website geeft een goed beeld van de aard van de persoonsgegevens die overheidsorganen verwerken. In het deel 'Rondreis langs organisaties' kunt u lezen tussen welke instanties gegevens worden uitgewisseld met behulp van het BSN. Deze website geeft geen informatie op individueel niveau. Individuele informatie kunt u opvragen bij de instantie die uw gegevens verwerkt.
De drie belangrijkste verschillen zijn:
De bevoegdheden van een functionaris gegevensbescherming (FG) zijn geregeld in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Een FG houdt toezicht op het verzamelen, bewerken en verstrekken van persoonsgebonden gegevens. Voor de beheervoorziening BSN is een FG benoemd. Deze ziet toe op wat met persoonsgegevens gebeurt in de beheervoorziening BSN. Het toezicht dat de FG in de praktijk uitoefent waarborgt de bescherming van de persoonsgegevens binnen het BSN-stelsel. In de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer (BSN) is opgenomen dat een Functionaris Gegevensbescherming (FG) wordt ingesteld.
Het Nieuw HandelsRegister (NHR) is een van de authentieke registraties, net als de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens. Het NHR bevat in de toekomst de identificerende gegevens van álle in Nederland gevestigde bedrijven en organisaties. Waar verwezen wordt naar personen, zal in het NHR gebruik worden gemaakt van het burgerservicenummer (BSN).
In alle correspondentie met de burger is de schrijfwijze: burgerservicenummer. De afkorting 'BSN' kan ook worden gebruikt.
In het onderwijs wordt het ‘persoonsgebonden nummer in het onderwijs’ gebruikt. Voor personen die een sofi-nummer hebben, is dit nummer gelijk aan het sofi-nummer. Straks geldt dat voor mensen die een burgerservicenummer (BSN) hebben, het persoonsgebonden nummer in het onderwijs, gelijk is aan het BSN.
De invoering van het burgerservicenummer (BSN) heeft voordelen voor de overheid en de burger. De overheid kan, binnen de wettelijke kaders die daarvoor zijn opgesteld, gegegevens betrouwbaar en efficiënter uitwisselen. Hierdoor wordt bereikt dat overheidsorganisaties onderling eenvoudiger en met behulp van minder fouten informatie over personen aan wie het BSN is gekoppeld kunnen uitwisselen.
Dat leidt voor de burgers tot betere dienstverlening, verlichting van administratieve lastendruk en bestrijding van identiteitsfraude. De burger hoeft maar één nummer bij de hand te houden voor alle contacten met de overheid, omdat burgers in de toekomst nog maar met één nummer met de overheid hoeven te communiceren.
Daarnaast is het BSN een belangrijke voorwaarde bij de totstandkoming van eenmalige gegevensverstrekking. Immers één nummer in de verschillende administraties van de overheid maakt het onderling uitwisselen van persoonsgegevens (daar waar dat wettelijk is toegestaan) door overheidsorganisaties eenvoudiger.
Twee redenen.
Nee. Het blijft zo dat bijvoorbeeld de belastingdienst uw gegevens beheert die nodig zijn voor het opleggen van de aanslag. Het UWV de gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van de Werkloosheidswet. De gemeentelijke sociale dienst de gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van de Wet werk en bijstand.
Het is wel de bedoeling om bepaalde basisgegevens geconcentreerd vast te leggen en voor de hele overheid ter beschikking te stellen. Dat is nu al zo met de basisgegevens in de bevolkingsboekhouding (GBA). Die gegevens worden door de gemeenten verzameld ten behoeve van alle overheden die ze nodig hebben. Zo zullen er ook andere “basisregistraties” komen. Bijvoorbeeld een basisregistratie met gegevens over het belastbaar inkomen, zodat ook andere overheidsorganen die dat gegeven nodig hebben voor hun taak het betrouwbaar aan een goede bron kunnen ontlenen. Voor de basisregistraties komen afzonderlijke wettelijke trajecten. Het BSN ondersteunt een doelmatige en foutloze uitwisseling van gegevens uit de basisregistraties.
Nee. Welke gegevens een overheidsorgaan mag verwerken wordt niet geregeld door de wetgeving op het burgerservicenummer (BSN), maar door de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en door sectorwetgeving. Heel kort gezegd mag een overheidsorgaan in beginsel alleen die gegevens weten die het nodig heeft voor de uitvoering van de desbetreffende taak. Als u een bouwvergunning aanvraagt hoeft de gemeente niet te weten of u nog boetes voor te hard rijden open heeft staan. De gegevens over de boetes mag de gemeente dan ook niet opvragen.
Nee. Het burgerservicenummer (BSN) verschaft op zich geen enkel recht, noch aan de houder van het BSN, noch aan degene die het BSN van iemand noemt. Het BSN is dus géén toegangssleutel waarmee het recht verworven wordt om in een gegevensbestand te kijken.
Om feitelijk toegang te krijgen tot de gegevens, moet de beveiliging rond het gegevensbestand worden gepasseerd. De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) schrijft voor dat persoonsgegevens goed beveiligd moeten zijn tegen ongeoorloofde inzage. Wat “goede beveiliging” is hangt af van de omstandigheden. Sommige gegevensverzamelingen hebben een openbaar karakter (de openbare registers bij het kadaster). Andere gegevens hebben een zeer strikt toegangsregime nodig (politieregisters, medische dossiers). De beveiliging moet passen bij de risico’s en de stand van de techniek, zegt de Wbp. Iedere verantwoordelijke voor een verzameling met persoonsgegevens moet een beveiligingsregime opzetten waarbij alleen toegang verleend wordt voor degenen die daartoe gerechtigd zijn (autorisatie).
Als een overheidsorgaan geautoriseerd is om bepaalde gegevens uit een verzameling in te zien, gebruikt het daarbij als ondersteuning het BSN. Dat verhoogt de doelmatigheid en de betrouwbaarheid.
In vergelijking met het sofi-nummerstelsel zet het burgerservicenummer (BSN) een rem op de identiteitsfraude. Identiteitsfraude is het voorwenden dat men een andere persoon is, bijvoorbeeld door gebruik te maken van het BSN van een ander, meestal met het doel daar voordeel uit te halen. Het BSN-stelsel kent betere voorzieningen om dit misbruik tegen te gaan dan het huidige sofi-nummerstelsel. De toekenning is beter geregeld, het uitgeven van meerdere nummers aan één persoon wordt tegengegaan. Gebruikers van het BSN moeten bij gegevensverwerking zich er van vergewissen dat persoon en BSN bij elkaar horen. Het BSN-stelsel kent voorzieningen die de gebruikers ondersteunen bij het vergewissen (de beheervoorziening BSN).
Kort gezegd: (1) u gaat naar de (overheids)instantie bij wie de fout zich manifesteert, (2) als er iets fout zit met uw basisgegevens, waaronder uw burgerservicenummer (BSN), gaat u naar uw gemeente.
Mocht het geschil samenhangen met naar uw mening verkeerde basisgegevens die uit de bevolkingsboekhouding komen, zoals een fout BSN, dan kunt u bij uw gemeente om correctie verzoeken. Beslissingen moeten altijd op basis van de juiste gegevens genomen worden. Als uw bezwaar of uw correctieverzoek niet het gewenste resultaat oplevert kunt u in beroep bij de rechter. Meestal is er nog hoger beroep mogelijk.
Indien de fout of uw klacht niet, niet tijdig of onjuist door het betreffende instantie (beroepsorgaan) wordt hersteld c.q. afgewikkeld, kunt u uw zaak voorleggen aan het BSN-punt.
Klachten over de behandeling kunnen ook worden voorgelegd aan de (nationale) ombudsman.
Bij een geschil over de verwerking van uw persoonsgegevens kun u het College bescherming persoonsgegevens (Cbp) om advies of bemiddeling vragen.
Samengevat: voor u staan open (1) bezwaar, (2) correctie, (3) klachten, (4) beroep, (5) hoger beroep, (6) BSN-punt, (7) klachten bij de (nationale) ombudsman en (8) bemiddeling of advies door het Cbp.
Dat ligt er aan. Als u bij het bedrijf werkt moet dit bedrijf als werkgever gegevens over uw loon uitwisselen met de belastingdienst met gebruikmaking van uw burgerservicenummer (BSN). Het bedrijf mag het BSN niet gebruiken voor andere zaken, zonder een specifieke wettelijke grondslag. Een bedrijf mag dat zelfs niet als u daar toestemming voor heeft gegeven.